Hemels analoog versus duivels digitaal

De cruciale keus tussen digitale verdeeldheid en analoge heelheid

 

“Niemand kan twee meesters dienen: niet God aan de ene kant (lees ook: de natuurorde) en tegelijkertijd de mammon aan de andere kant (lees ook: alle tegennatuurlijke technologie) aan de andere kant”.

Jezus in Lucas 16:13 en Mattheus 6:24

 

        Wat diverse authentieke culturen zoals die van de Indiërs, Chinezen, Joden en Indianen verbindt met elkaar en met vele grote denkers, kunstenaars en wetenschappers waaronder Spinoza, Leonardo daVinci en Einstein, is respect en liefde voor de natuur in al zijn geledingen. De vier meest belangrijke fysieke elementen om te kunnen (over)leven komen dan ook allemaal voort uit die allesomvattende natuur: zonlicht (vuur en warmte), water, zuurstof (lucht) en voeding (aarde). Is het niet absurd dat we juist die vier willens en wetens op een gewelddadige manier aan het afbreken zijn, te vergelijken met iemand die bewust de stoelpoten onder zich aan het afzagen is?

       Steeds dieper dringen we door tot de verste uithoeken van onze in nevelen gehulde geschiedenis om daarbij tot besef te komen dat de mens niet tien- of honderdduizenden maar vele miljoenen jaren en waarschijnlijk nog veel langer bestaat en heeft overleefd. Tot de verbeelding sprekende beschavingen zijn tot hoge bloei gekomen en hebben ons prachtige kunstwerken, diepe inzichten en grote wijsheden nagelaten. Al het eerder genoemde overpeinzend is het volkomen onbegrijpelijk, zowel rationeel als emotioneel, dat we die werkelijkheid volledig aan het loslaten zijn door in een tijdsbestek van slechts zo`n dertig jaar oftewel niet meer dan een derde van een mensenleven, ons helemaal over te geven aan een technologische virtual reality.

      Wat zich momenteel wereldwijd en in sneltreinvaart ontvouwt, is zonder enige twijfel van groter belang dan de grootste omwentelingen die de aarde en mensheid ooit hebben gekend; van de Cambrische Explosie, de ondergang van de dinosaurussen, mega vulkaanuitbarstingen en kleine en grote ijstijden tot de uitvinding van het wiel, de opkomst en val van het Romeinse Rijk, de ontdekking van de “ronde” wereld en de Tweede Wereldoorlog aan toe. Het ergste daarbij is dat 99,9% van de mensheid zich hiervan volkomen onbewust is. Wat dit in essentie betekent, hoe en waarom dit heeft kunnen gebeuren en belangrijker nog, hoe hiermee om te gaan, daarover gaat dit artikel.  

De Verlichting en Industriële Revolutie

      Om alles enigszins in perspectief te plaatsen moeten we terug naar de eind 17e en begin 18e eeuwse Verlichting gevolgd door de Industriële Revolutie, een periode die verhoudingsgewijs eigenlijk nog maar kort geleden is. In die periode stuurde een aantal, tot voor kort volkomen ten onrechte bejubelde filosofen en wetenschappers de dominante westerse “beschaving” een bepaalde richting op. Dat dat bewust gebeurde, gaat helaas te ver om in dit artikel uit te leggen. Mensen zoals Descartes, Bacon en Leibnitz legden de basis van de hedendaagse samenleving en technologische ontwikkelingen. Met Descartes` “cogito ergo sum (ik denk dus ik besta)”, Bacon`s “de natuur is als een klok die naar willekeur in delen uit elkaar kan worden gehaald” en zijn “de natuur moet worden gemarteld en onderworpen” en Leibnitz` binaire, tweetallige stelsel van tegenstelingen, werd de menselijke samenleving aangeleerd om de rug toe te keren naar de natuur en onze gevoelens. Het breindenken werd volkomen dominant aan de ziele-intuitie, terwijl die twee elkaar in een dynamisch evenwicht moeten houden. Vandaar mijn stelling dat de Verlichting eigenlijk de Verduistering had moeten heten. De tot dan toe bezielende natuur werd namelijk niet meer als een holistisch en één met de mens levend systeem beschouwd maar als iets anorganisch waar de mens als rentmeester geen onderdeel van uitmaakt maar verheven boven staat en naar hartenwens mee kan doen wat hij wil. Dat foutieve wereldbeeld werd bewust gecreëerd om de basis te kunnen vormen voor de direct daarop volgende Industriële Revolutie.

     Die revolutie heeft zich in een lineaire richting ontwikkeld, steeds verder af van de natuur en haar onverbiddelijke wetten. Van de “onschuldige” stoommachine die nog gebruik maakte van water en vuur via elektrisch aangedreven, mechanische machines en diverse tussenontwikkelingen naar nu en in de nabije toekomst solar/self powered, overwegend synthetische, zelfdenkende, digitale structuren, al dan niet van nano formaat, bestemd om oorspronkelijk biologisch en bezield leven te kunnen vervangen. Er voltrekt zich stapsgewijs als het ware een tweede, alternatieve schepping gebaseerd op een ander concept van bewustzijn. Omdat niet meer de natuur en haar wetten de basis vormt maar een tegengestelde virtual reality gebaseerd op zielloze artificial intelligence, mag deze ontwikkeling met recht tegennatuurlijk dus duivels worden genoemd.

De Digitale Revolutie vanuit een spiritueel perspectief

      Voor de digitale revolutie zijn intrede deed was alle informatie-overdracht nog analoog.  Alhoewel de eerste microchip die in massa geproduceerd kon worden al stamt uit 1960, volgden digitale massa-consumentenproducten elkaar pas in sneltreinvaart op vanaf de tachtiger jaren: in 1982 de eerste Commodore 64 computer, de eerste mobiele telefoon in 1983, Microsoft `s Windows 1.0 in 1985 en Game Boy in 1989. Maar toch was dit alles slechts het begin want de echte digitale revolutie begon eigenlijk pas rond het Millennium met onder andere de introductie van Google, Wikipedia, GSM en grootschalig gebruik van het internet.

      Digitaal komt van het Latijnse woord digitus dat vinger betekent en refereert aan tellen en cijfers. Daar tegenover staat de term analoog dat duidt op verbinding, overeenkomstigheid en continuïteit. De termen digitaal en analoog hebben alles te maken met overdracht van signalen oftewel informatie die frequenties van bijvoorbeeld licht of geluid kunnen zijn. Bijna niemand is zich bewust van het cruciale verschil tussen die twee geheel verschillende technologische concepten: terwijl digitale data slechts een beperkte, afzonderlijke waarde kunnen aannemen is dat bij analoge data elke mogelijke glijdende waarde in een continuüm, d.w.z. tussen twee uitersten. Met andere woorden, bij digitale technologie wordt het oorspronkelijke, natuurlijke signaal opgesplitst in afzonderlijke, trapsgewijze stromen bits, terwijl bij analoge overdracht de overgang traploos en glijdend plaatsvindt ten opzichte van het oorspronkelijke, natuurlijke bronsignaal. Bij digitaal wordt het verband dus constant verbroken en bij analoog blijft die verbinding in tact. Zoals elk materieel aspect ook een spirituele tegenhanger heeft, kan het verschil spiritueel vertaald worden in “digitale verdeeldheid en polarisatie” tegenover “analoge eenheid en heelheid”.

     Concluderend, beide systemen kunnen gebruikt worden voor overdracht, bewerking en opslag van informatie c.q. trillingsfrequenties maar berusten echter op geheel andere principes. Daarbij komt digitale technologie als het ware voort uit een andere, alternatieve schepping van Luciferiaanse tegengesteldheid en verdeeldheid op basis van het binaire systeem van nullen en enen. Zonder bestaansrecht voor het grijze gebied daartussen. Het is waar of niet, goed of slecht, links of rechts, zwart of wit. Dat komt overeen met het (duivelse) bewustzijn van perfectie terwijl in de natuur nooit iets perfect is; alles is altijd in een continu proces van wording en dynamisch evenwicht. Het is juist het streven naar ultieme perfectie die velen aanspreekt, in technologisch opzicht maar ook in sport zoals bij de Olympische Spelen of in schoonheid door cosmetische chirurgie. Jungiaans kan deze drang naar perfectie verklaard worden als tegenhanger om de eigen onbalans te verbergen. Interessant om te vermelden hierbij is dat ware muziekkenners beweren dat “koude” digitale muziek zijn ziel verloren heeft in vergelijking met niet perfecte maar veel warmere analoge muziek.   

Niet alle technologie brengt vooruitgang: het digitale Paard van Troje

      Voor de onbewuste mens staat elke technologie synoniem voor vooruitgang en verbetering. Vandaar het Voorzorgsprincipe dat berust op de aloude wijsheid “onderzoek alles en behoudt het goede”, dat vaak niet nodig wordt gevonden om toe te passen. Dat komt ons duur te staan want vele synthetische chemicaliën en technologieën blijken achteraf uiterst schadelijk voor mens en natuur, van asbest tot siliconen implantaten en van kunstmatige zoetstoffen en insecticiden tot nucleaire energie en digitale, draadloze technologie. Als we ons hier beperken tot de laatste, dan heeft de “vooruitgangsworst” die ons voorgehouden is, uitstekend gewerkt. Zelfs zo zeer dat we verslaafd zijn aan het geboden “comfort” van altijd bereikbaar zijn en daarom niets willen weten van enige beperking daarop. Aan alle rationele argumenten wordt zelfs door de meeste wetenschappers en realisten volkomen voorbij gegaan. De enkeling die durft te waarschuwen voor de gevolgen, is een roepende in de woestijn. Toegegeven, digitale en daaraan verbonden draadloze technologie heeft aan de ene kant veel zaken mogelijk en sneller gemaakt maar dat alles is gekomen met een onacceptabel hoge prijs. Als we kijken naar wat het ons heeft gebracht en binnenkort werkelijkheid wordt, dan is dat meer dan huiveringwekkend. En hoe verder we komen, des te moeilijker het wordt om het tij nog te keren. Waar praten we eigenlijk over? Allereerst staat vast dat de digitale revolutie heeft gezorgd voor het wereldwijd oplopen van de werkeloosheid en een grote toename van economische en sociale ongelijkheid (o.a. Andrew McAfee van het Massachusetts Institute of Technology). En dan moet de grootste verandering nog komen met een binnenkort te verwachten verregaande robotisering van de maatschappij. Het oorspronkelijke idee dat al die ontwikkelingen ons allemaal meer vrijheid, welvaart en welzijn zou brengen, is volkomen ongegrond gebleken. Ten tweede onze privacy die 24/7 op elk gebied wordt ondermijnd. Door alles te digitaliseren en mega bestanden wereldwijd met elkaar te verbinden wordt onze persoonlijke vrijheid stap voor stap teruggebracht tot een nieuwe vorm van (ultieme) slavernij aan een kleine elite die de beschikking heeft over alle data en middelen en naar willekeur daarmee kan manipuleren. Wie zijn dat eigenlijk als dat niet onze politici zijn? Alhoewel gewone criminaliteit op den duur zal gaan afnemen springt cybercriminaliteit meteen in het opengevallen gat dus, eigenlijk verbetert er op dit gebied helemaal niets. Het over enige jaren verdwijnen van cashgeld en alles betalen per smartphone vanaf een virtuele bankrekening tezamen met het voor 2020 gepland staande “Internet of Things” zal hacken en internetfraude alleen nog maar fors doen toenemen. Mensen die beweren niets te vrezen omdat ze niets te verbergen hebben, regeren in onbenul omdat een “foutieve” inbreng of kleine malversatie van het systeem voor iedereen tot desastreuze consequenties kan leiden. De aloude vraag wordt dan ook met de dag nijpender “wie controleert de controleurs”?

     Het derde probleem ligt bij een normaal om de zoveel tijd optredende natuurramp zoals een zonnestorm, orkaan, tsunami of aardbeving. Onze globale maatschappij is echter door de vergaande digitalisatie zo enorm kwetsbaar geworden dat het uitvallen van bijvoorbeeld een deel van het internet, al is het maar voor een beperkte periode, tot ongekende mega problemen zal lijden waarvoor geen enkel realistisch rampenplan te bedenken is. Is dat werkelijke vooruitgang?     

      Het vierde en zondermeer allergrootste probleem van de digitale revolutie ligt echter geheel bij ons zelf: we worden steeds minder mens. In plaats van verder te evolueren, staan we niet alleen stil maar degenereren we zelfs omdat we steeds afhankelijker worden van een buiten onszelf en de natuur gelegen digitale, virtuele wereld. De harde werkelijkheid is dat we steeds minder onze eigen natuurlijke brein- en zielsvermogen gebruiken. Alles wat de digitale technologie ons heeft gebracht bestaat in andere, analoge vorm al lang en zelfs beter, maar is verloren geraakt of zijn we vergeten. Het is waar dat onze zintuigen maar een beperkt deel van het totale licht-, geluids- geur-etc. spectrum gewaar kunnen worden. Echter, ons hart is als hoogste zintuig in staat bewust te zijn het gehele spectrum. In plaats van die werkelijkheid weer op te halen en intuïtief te ontwikkelen, gaan wij de doodlopende weg op van een schijnwerkelijkheid die ons met de dag hulpelozer maakt. De Duitse geheugenonderzoeker Manfred Spitzer wijst in zijn boek Digitale Dementie op de gevaren van digitale media en noemt als voorbeeld onze hersenen die werken als een spier. Als ze gebruikt worden, groeien ze. Worden ze echter niet of te weinig gebruikt, dan worden ze steeds zwakker. We trainen ze niet meer want dat hebben we vervangen door bij alles onze smartphone en navigatiesysteem te raadplegen. Psychiater en schrijver Bram Bakker stelt terecht dat wie verslingerd is aan digitale media, minder (goed) slaapt, een slechter geheugen heeft en zijn relaties verwaarloost.

       Anderen daarentegen roemen de toegenomen communicatie mogelijkheden door mobiele telefoon en internet maar vergeten gemakshalve dat die manier tevens leidt tot een grotere oppervlakkigheid op relationeel gebied, minder hersen- en taalgebruik en minder emoties. In hoge mate zorgelijk zijn daarnaast de ontwikkelingen die voortkomen uit recent onderzoek naar brain to brain en brain to computer interface die aan de ene kant mensen zal kunnen helpen, bijvoorbeeld met een fysieke beperking maar aan de andere kant legio mogelijkheden schept om elk individu volledig afhankelijk te maken van een centraal systeem en machines. Google komt binnenkort met zijn “Google glasses” op de markt waarbij we alles met slechts een oogopslag van het internet kunnen halen en waarmee we constant verbonden zijn met een “augmented reality” die ons alle beschikbare informatie geeft. Het is Ray Kurzweil, topman bij Google, die met zijn Singularity tussen mens en machine propageert dat rond 2029 de robot de mens heeft ingehaald in denkvermogen en geheugen. Hij oppert serieus de gedachte dat we tegen die tijd als mens aangesloten moeten worden op externe geheugens om alles bij te kunnen houden en nog “mee te kunnen”. Een luguber vooruitzicht op een nieuw mensenras van half mens, half robot. Is dat vooruitgang? Kortom, de digitale revolutie heeft ons in eerste instantie ogenschijnlijke  voordelen gebracht maar bij nader inzien is daarmee ook het paard van Troje  binnengehaald. Een paard dat is geschonken door een elite die ons daarmee voor eens en voor altijd tot slaaf zal kunnen maken. Is dat soms de Nieuwe Wereldorde waar zo vaak over wordt gesproken, weergegeven door het alziend oog van ultieme controle op het Amerikaanse dollarbiljet?    

                                         Geen technologie is ook geen optie

     Mensen die cynisch zijn over de critici van digitale technologie gebruiken vaak het oneigenlijke argument dat dan het enige alternatief is om weer in een hutje op de hei te gaan wonen met een paar schapen en een paard en wagen en de was te doen aan de oever van de rivier. Dat is natuurlijk volkomen onzin. De mens heeft het recht zich volledig te ontplooien en is volgens Genesis geschapen om zelf te scheppen. Het gaat dus niet om de vraag wel of geen technologie maar om de vraag wel of geen juiste technologie. Juiste technologie staat in verbinding met de natuur, werkt daarmee samen en maakt gebruik van haar oneindige vermogens. Dat zoiets mogelijk is wordt ons getoond door het grootste genie aller tijden: Leonardo daVinci. Hij was niet alleen schilder en beeldhouwer maar ook schrijver, filosoof, natuurkundige, bioloog, uitvinder en nog veel meer. Het was daVinci die ons schetsen en ontwerpen naliet van onder andere een auto, legertank, windglider en helikopter. Alles op analoge manier uitgedacht. Weinigen weten dat Leonardo ook een ziener was die vele inzichten over onze toekomst heeft voorspeld. Hij heeft ongetwijfeld  de boodschap willen meegeven dat digitale technologie niet noodzakelijk is om tot nieuwe dingen te komen en daarmee een waarschuwing willen geven voor onze tijd. Ook het grote vraagstuk van energiewinning zal op een natuurlijke manier moeten worden opgelost. Het is bijvoorbeeld gebleken dat planten en onderwaterleven ook elektro magnetische energie kunnen opwekken. Daarvan te leren en op een duurzame manier gebruik te maken zal ons in de toekomst helpen.          

Onze technologische toekomst ligt niet buiten onszelf maar

in het verleden en in onszelf

     Hoe nu verder? De mensheid staat op een tweesprong, precies zoals onder andere het Indiaanse Hopi volk al lang geleden heeft aangegeven. Kiezen we voor heilloze en schadelijke technologie of voor een technologische ontwikkeling die is gebaseerd op de natuur en haar wetten? De keuze is aan ons en zou niet moeilijk moeten zijn. Daarvoor moeten we “alleen” de verleidingen verstaan die ons als een giftige worst worden voorgehouden. Om ons te blijven verleiden, komen er in rap tempo steeds nieuwe snufjes, nog meer pixels, sneller, platter, kleiner, meer mogelijkheden, nog meer van alles…..  We moeten terug naar het begin om te ontdekken dat we alles al in en om ons heen hebben en nog meer dan dat. Advies is dan ook om digitale technologie alleen voor het allernoodzakelijkste te gebruiken en dan nog in zijn simpelste vorm, verzaak al het andere en de nieuwste versies. Vooral 4G-draadloze technologie die ons laat zwemmen in een magnetron van schadelijke straling. Het was Jezus die heeft gezegd “wie tot het laatst zal volhouden, zal behouden blijven” (Markus 13:13). Het geheim zit hem niet in een Nieuwe maar in een Natuurlijke Wereldorde.

Bronnen:

Ray Kurzweil: The Singularity is near: When humans transcend biology (Viking Publishing, London,2005)

Thomas Mails: The Hopi Survival Kit (Penguin Press, 1997, USA)